1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de openbare plaats zichtbaar is te bekrassen, te bekladden of te bespuiten.

  2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de openbare plaats of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

    1. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding, aan te plakken, te doen aanplakken of op andere wijze aan te brengen, of te doen aanbrengen;

    2. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

  3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing:

    1. indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift;

    2. voor de door het college bij openbare bekendmaking aangewezen aanplakgelegenheden voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, geen betrekking hebbende op handelsreclame.

    3. voor de door het college bij openbare bekendmaking aangewezen plaatsen voor het aanbrengen van spuitwerk.

  4. De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

  5. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.