Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Artikel 2:40A

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. de wet: de Wet op de kansspelen;

  2. Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000, Stbl 224, houdende regels ter uitvoering van titel VA van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415

  3. speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;

  4. behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet;

  5. kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;

  6. hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;

  7. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet;

  8. speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c, lid 1, onder b, van de wet;

  9. leidinggevende:

    1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico een inrichting, zoals bedoeld in lid h, wordt geëxploiteerd;

    2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin een inrichting, zoals bedoeld in lid h, wordt uitgeoefend;

    3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van een inrichting, zoals bedoeld in lid h;

  10. vergunning: een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal in een inrichting, zoals bedoeld in lid h;

  11. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning, als bedoeld in artikel 2:40B van deze verordening is verleend;

  12. weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

Artikel 2:40B

Exploitatievergunning speelautomatenhal

  1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.

  2. De burgemeester kan uitsluitend voor maximaal twee speelautomatenhallen een exploitatievergunning verlenen.

  3. De burgemeester verleent op grond van artikel 30b van de wet de aanwezigheidsvergunning speelautomaten. Rekening houdend met de oppervlakte van de speelautomatenhal, kan er voor maximaal 150 speelautomaten een aanwezigheidsvergunning worden verleend.

    4. De exploitatievergunning vervalt, indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe exploitatievergunning van een speelautomatenhal in hetzelfde pand in werking is getreden.

  4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 2:40C

Verdelingsprocedure exploitatievergunning

  1. De verdeling van een vrijgekomen exploitatievergunning zal overeenkomstig het bepaalde in de dan geldende openbare verdelingsprocedure plaatsvinden.

  2. De burgemeester stelt een openbare verdelingsprocedure, zoals bedoeld in het eerste lid, vast.

  3. De burgemeester kan in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    nadere regels stellen ten aanzien van de procedure ter verkrijging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:40B.’

  4. Onder vrijgekomen exploitatievergunning wordt mede verstaan een binnen twaalf maanden te verwachten vrij te komen exploitatievergunning.

Artikel 2:40D

Vergunningaanvraag exploitatievergunning

De natuurlijke persoon of de rechtspersoon vraagt een vergunning aan voor het exploiteren van een speelautomatenhal onder overlegging van:

  1. een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier met bijbehorende bescheiden, dat volledig is ingevuld en ondertekend;

  2. een plattegrond waarop of waarbij een nauwkeurige beschrijving van de inrichting is opgenomen inclusief oppervlakte, het aantal en type speelautomaten en de opstelplekken van de speelautomaten.

  3. een bewijs waaruit blijkt dat over de ruimte beschikt kan worden.

  4. wettelijke bewijsstukken, ingevolge artikel 30d, vierde lid, onder b, van de wet, van alle leidinggevenden.

Artikel 2:40E

Beslistermijn

  1. In afwijking van artikel 1:2 beslist de burgemeester op een aanvraag voor een vergunning binnen acht weken nadat de uitslag van de verdeelprocedure, zoals bedoeld in artikel 2:40C, aan de aanvragers schriftelijk bekend is gemaakt.

  2. de burgemeester kan de termijn zoals genoemd in het eerste lid voor ten hoogste acht weken verdagen.

Artikel 2:40F

Gegevens en voorschriften vergunning

  1. De vergunning is persoons- en locatiegebonden en is niet overdraagbaar.

  2. In de vergunning wordt de naam vermeld van alle leidinggevenden alsmede het vestigingsadres van de speelautomatenhal.

  3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

    1. de openingstijden van de speelautomatenhal;

    2. het toezicht in de speelautomatenhal;

    3. het toegangsregime en de toegangsregistratie van de speelautomatenhal;

    4. het voorkomen van de verstoring van de openbare orde en veiligheid;

    5. het voorkomen de van verstoring van het woon- en leefklimaat;

    6. het voorkomen en bestrijden van gokverslaving;

    7. het aantal kansspelautomaten dat mag worden opgesteld;

    8. de exploitatie van de speelautomatenhal.

  4. De speelautomatenhal mag uitsluitend voor het publiek geopend zijn, indien er een leidinggevenden aanwezig is die op de vergunning vermeld staat.

Artikel 2:40G

Weigeringsgronden

  1. De vergunning wordt geweigerd indien:

    1. het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen verleend is;

    2. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het omgevingsplan, behoudens in het geval een gerede kans bestaat dat functiewijziging op de locatie planologisch ingepast kan worden en het college de principebereidheid heeft uitgesproken om een procedure tot afwijken of wijzigen van het omgevingsplan voor de locatie te starten;

    3. niet voldaan wordt aan de in artikel 2:40D gestelde eisen;

    4. niet voldaan wordt aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet gestelde eisen;

    5. leidinggevenden de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt;

  2. De vergunning kan worden geweigerd indien:

    1. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar oordeel van de burgemeester het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving, het karakter van de winkelstraat of winkelbuurt dan wel de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de speelautomatenhal;

    2. de speelautomatenhal toegankelijk is voor het publiek via een andere inrichting en niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg of een centrale hal. De speelautomatenhal heeft een eigen toegang.

Artikel 2:40H

Intrekkingsgronden

  1. De vergunning wordt ingetrokken indien:

    1. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming is;

    2. niet voldaan wordt aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet gestelde eisen.

  2. De vergunning kan worden ingetrokken indien:

    1. de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend, zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40G, tweede lid, onder a.;

    2. aannemelijk is dat de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal;

    3. de leidinggevende strafbare feiten pleegt in de speelautomatenhal, dan wel toestaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal strafbare feiten worden gepleegd;

    4. zich in of vanuit de speelautomatenhal anderszins feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal;

    5. gedurende een periode van tenminste zes maanden geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt;

    6. in strijd met deze verordening of met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wordt gehandeld.

Artikel 2:40I

Wijziging exploitatie

  1. De vergunning kan uitsluitend ten name worden gesteld van de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de vergunning is toegewezen.

  2. De vergunning is niet overdraagbaar.

  3. Onder overdracht van de vergunning wordt in dit verband ook begrepen een aandelenoverdracht van de rechtspersoon waaraan de vergunning op grond van deze verordening is verleend, alsmede een wijziging van zeggenschap. Onder wijziging van zeggenschap wordt onder meer verstaan; een wijziging in aandeelhouderschap door overdracht van aandelen, fusie of splitsing alsmede het sluiten van overeenkomsten waarin aan een (ten tijde van de vergunningverlening) minderheidsaandeelhouder met betrekking tot bepaalde beslissingen een doorslaggevende stem wordt toegekend.

  4. De vergunning geldt uitsluitend voor de locatie waarvoor deze is verleend en geeft geen recht tot exploitatie van een speelautomatenhal elders in de gemeente.

Artikel 2:40J

Wijziging vergunninghouder/rechtspersoon

  1. Indien de vergunninghouder de exploitatie van zijn speelautomatenhal beëindigt, vervalt de exploitatievergunning van rechtswege.

  2. Indien de exploitatievergunning ingevolge eerste lid is vervallen of ingevolge artikel 2:40H is ingetrokken, geeft de burgemeester toepassing aan de procedure als bedoeld in artikel 2:40C, voor zover de burgemeester opnieuw tot het verlenen van een exploitatievergunning wil overgaan.

  3. In het geval beëindiging van de exploitatie het gevolg is van het overlijden van een de vergunninghouder dient, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, door de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen twaalf weken een nieuwe exploitatievergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de overleden vergunninghouder vergund.

  4. In alle andere gevallen van wisseling van de vergunninghouder dient, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2:40I en artikel 2:40J, tweede lid, binnen vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de oorspronkelijke vergunninghouder vergund.

  5. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag als bedoeld in derde en vierde lid niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de oorspronkelijke exploitatievergunning.

Artikel 2:40K

Wijziging leidinggevende

  1. De vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven of door te halen op de aan hem verleende vergunning.

  2. De melding als genoemd in het eerste lid geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning.

  3. De in het eerste lid aangemelde nieuwe leidinggevende mag werkzaam zijn in de speelautomatenhal waarvoor de vergunning is verleend, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

  4. Het bepaalde in artikel 2:40D, onder d, en artikel 2:40G, eerste lid, onder e, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2:40L

Looptijd van de vergunning

  1. De vergunning die volgens de verdelingsprocedure van artikel 2:40C, eerste lid, gegund wordt, wordt verleend voor een periode van tien (10) jaar.

  2. De vergunning als bedoeld in artikel 2:40K, tweede lid, wordt verleend voor de resterende termijn van de oorspronkelijk verleende vergunning aan de vergunninghouder.

  3. Na afloop van de onder het eerste lid genoemde termijn, is artikel 2:40C van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021