1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.

  2. De burgemeester kan uitsluitend voor maximaal twee speelautomatenhallen een exploitatievergunning verlenen.

  3. De burgemeester verleent op grond van artikel 30b van de wet de aanwezigheidsvergunning speelautomaten. Rekening houdend met de oppervlakte van de speelautomatenhal, kan er voor maximaal 150 speelautomaten een aanwezigheidsvergunning worden verleend.

    4. De exploitatievergunning vervalt, indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe exploitatievergunning van een speelautomatenhal in hetzelfde pand in werking is getreden.

  4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.