1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:

    1. de medewerker(s) handhaving;

    2. de opzichter(s);

    3. de parkeercontroleur(s);

    4. de milieuhandhaver(s);

    5. ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.

  2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.