1. De vergunning die volgens de verdelingsprocedure van artikel 2:40C, eerste lid, gegund wordt, wordt verleend voor een periode van tien (10) jaar.

  2. De vergunning als bedoeld in artikel 2:40K, tweede lid, wordt verleend voor de resterende termijn van de oorspronkelijk verleende vergunning aan de vergunninghouder.

  3. Na afloop van de onder het eerste lid genoemde termijn, is artikel 2:40C van overeenkomstige toepassing.