-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
een zorginstelling;
een museum;
een onderwijsinstelling;
een bedrijfskantine of – restaurant;
een kerkelijke instelling;
een sportorganisatie of - instelling;
een jeugdinstelling; of
een bibliotheek;
voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de hoofdactiviteit.
-
Het verbod als bedoeld in het eerste lid is verder niet van toepassing op een openbare inrichting:
die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als inrichting waarin uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren, zoals belegde broodjes, patates frites, en snacks worden verkocht en waarin het nuttigen van etenswaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse geen hoofdactiviteit is, tenzij belangen als bedoeld in de artikelen 1:8 of 2:28A, tweede lid, geschaad worden;
die gelegen is op een kampeer- of caravanterrein of een terrein bedoeld voor dagrecreatie;
die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoerbedrijf;
die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is voor hotelovernachtingen waar uitsluitend voor de hotelgasten (alcoholvrije) dranken worden geschonken en/of etenswaren worden verstrekt.
-
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, indien:
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel;
er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in de artikelen 1:8, 2:28A, eerste lid, onder a, 2:28A, tweede lid.
-
De vrijstelling wordt ingetrokken als is gehandeld in strijd met het bepaalde in het vierde lid.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vierde lid.
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47A
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48A
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50A
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59A
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Paragraaf
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 2:28
Actueel
Exploitatievergunning openbare inrichting (L)
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.