1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit, toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het verbod als bedoeld in het eerst lid geldt niet indien een knalapparaat, hagelkanon, dan wel ander toestel of geluidsapparaat:

    1. wordt ingezet voor de noodzakelijke verjaging van wild en/of gevogelte om schade aan gewassen te voorkomen dan wel te beperken;

    2. in werking is tussen 07.00 uur en 21.00 uur;

    3. op een geluidsgevoelig object van een derde een waarde van maximaal 75 dB(A) veroorzaakt;

    4. de kortste afstand tussen het apparaat, kanon of toestel en een geluidsgevoelig object van een derde tenminste 250 meter bedraagt;

    5. de kortste afstand tussen een het apparaat, kanon of toestel en de openbare weg tenminste 50 meter bedraagt;

    6. de loop van een het apparaat, kanon of toestel niet op een geluidsgevoelig object staat gericht;

    7. de knalfrequentie maximaal 3 knallen per uur bedraagt wanneer het knalapparaat is geplaatst in een gebied dat op grond van de Provinciale Milieuverordening Noord-Holland is aangewezen als stiltegebied en maximaal 6 knallen per uur bedraagt in overige gebieden;

    8. binnen 50 meter van het apparaat, kanon of toestel geen ander apparaat, kanon of toestel in werking is;

    9. elke 3 dagen tenminste 25 meter wordt verplaatst;

    10. op hetzelfde perceel gedurende een aangesloten periode van maximaal 4 weken in werking is.

  3. Het college kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen.

  4. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde categorieën van toestellen of geluidsapparaten, voor zover wordt voldaan aan de door het college vastgestelde voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder.

  5. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:

    1. het maximale geluidsniveau;

    2. het aanbrengen van geluidsbegrenzers;

    3. de situering van de geluidsbronnen;

    4. de frequentie en tijden van gebruik.

    5. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, , de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.