1. Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een melkbus of soortgelijke constructie qua aard en omvang, op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water.

  2. Het is verboden zonder ontheffing van het college carbid te schieten.

  3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien:

    1. er gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of gelijksoortige voorwerpen met een maximale inhoud van 40 liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen, en

    2. het carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 08.00 en 22.00 uur, en

    3. hiervan tenminste voor 1 november van het desbetreffende jaar ontheffing is gevraagd aan het college, en

    4. de aanvraag is vergezeld van een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt, en

    5. de aanvraag tevens is voorzien van een kaart waarop de betreffende locatie is ingetekend en waarop de schootsrichting is aangegeven, en

    6. de plaats vanwaar geschoten wordt, op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing en op een afstand van tenminste 300 meter van onderkomens van dieren gelegen is, en

    7. er geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daar gevaren kunnen optreden voor mens, dier en milieu.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  5. De ontheffing is persoonsgebonden.

  6. Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.