Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien:

  1. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:40c gestelde eisen;

  2. de exploitatie van het recreatiepark in strijd is met een geldend Omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;

  3. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van het recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed;

  4. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de openbare orde en veiligheid door de exploitatie van het recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed;

  5. de exploitatie van het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid met zich zal meebrengen; of

  6. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten.