1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen, geplaatst te houden of toe te staan buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

  3. Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:19, voor maximaal twee keer per kalenderjaar ontheffing van het verbod verlenen om kampeermiddelen te plaatsen, geplaatst te houden of toe te staan buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:

    1. natuur en landschap; of

    2. een stadsgezicht.

  5. Een aanvraag voor een ontheffing dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

    1. De maximale tijdsduur waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd bedraagt maximaal vijf aaneengesloten dagen/vier nachten;

    2. Het verzoek om ontheffing betreft mobiele kampeermiddelen: tent, camper, caravan, vouwwagen.

  6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.