1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken indien:

    1. de exploitatie van het recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde exploitant wordt overgenomen;

    2. de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:40c, sub a en b, gestelde eisen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning ingetrokken worden indien na sluiting als bedoeld in artikel 2:40e zich binnen één jaar na opheffing van voornoemde sluiting wederom feiten of omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 2:40e, eerste lid.