Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hilvarenbeek 2026 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Hoofdstuk

Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen

Artikel 3:17

Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf

  1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daad-werkelijk wordt uitgeoefend.

  2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:

    1. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;

    2. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;

      1. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;

      2. de verhuuradministratie;

      3. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k;

      4. de werkrooster van beheerders.

  3. De bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;

  4. Medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voorne-mens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;

  5. Onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;

  6. Onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de re- den en de verwachte duur;

  7. Gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.

  8. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:

    1. geen strafbare feiten plaatsvinden; en

    2. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artikel 3:18

Raamprostitutie

Het is een prostituee verboden:

  1. Zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aande weg bevinden beschikbaar te stellen; en

  2. Passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleedof vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seks-inrichting op te houden.

Artikel 3:19

Straatprostitutie

  1. Het is verboden op of aan de weg of op, aan in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prosti- tutie.

  2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen wegen gedurende de door het college vastgestelde tijden.

Artikel 3:20

Handhaving straatprostitutie

  1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een be-paalde richting te verwijderen.

  2. Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3:19, tweede lid, aangewezen weg vindt, in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van prostituees of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen.

  3. Met het oog op de in het tweede lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een per-soon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven een bevel gevenzich gedurende ten hoogste 3 maanden niet op te houden op krachtens artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen.

  4. De burgemeester beperkt het in het derde lid bedoelde bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt.

Artikel 3:21

Verbodsbepalingen klanten

  1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.

  2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee.

  3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een ver-gunning is verleend en op of aan de op grond van artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen.

Artikel 3:22

Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

  1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leef-omgeving in gevaar brengt

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeelding- en, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hilvarenbeek 2026