1. Het is verboden zonder melding of zonder in afwijking van een evenementenvergunning van de burgemeester een evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen.

  2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  3. De aanvraag voor een evenementenvergunning dient:

    1. voor een regulier (A-evenement) uiterlijk acht weken van tevoren te worden ingediend waarbij de burgemeester binnen 6 weken op een aanvraag voor een evenementenvergunning beslist;

    2. voor een aandachts-evenement (B-categorie) uiterlijk twaalf weken van tevoren te worden ingediend, waarbij de burgemeester binnen 8 weken op een aanvraag voor een evenementenvergunning beslist;

    3. voor een risico-evenement (C-categorie) uiterlijk twintig weken van tevoren te worden ingediend, waarbij de burgemeester binnen 16 weken op een aanvraag voor een evenementenvergunning beslist.

  4. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 3 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  5. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  6. Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:9, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s of slipjachten.

  7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:9, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  8. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.