1. De houder van een inrichting die er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen is verplicht een doorlopend register, als bedoeld in artikel 438 van het Wet- boek van Strafrecht en dat is ingericht volgens een door de burgemeester vastgesteld model of een door de burgemeester ter beschikking gesteld systeem, bij te houden.

  2. De houder van een inrichting is verplicht een in het eerste lid bedoeld register aan de burgemeester te kunnen overleggen op een door de burgemeester te bepalen wijze.