Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hilvarenbeek 2026 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Afdeling

Exploitatievergunning smart- en headshops

Artikel 2.18a

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder :

  1. inrichting: Een smart- dan wel headshop.

    Onder een smartshop wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel een niet voor publiek toegankelijke ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet smart-, ecodrugs, smartproducts en/of nieuwe psychoactieve stoffen, gerelateerde literatuur en accessoires worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd, opgeslagen, gedistribueerd of voorhanden zijn.

    Onder een headshop wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel een niet voor publiek toegankelijke ruimte, waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, substanties, voorwerpen of gegevens, die gebruikt kunnen worden voor het gebruik van een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet en die verwant zijn aan de drugscultuur, gerelateerde literatuur en accessoires worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd, opgeslagen, gedistribueerd of voorhanden zijn.

  2. Exploitant:

    exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon (hun gevolmachtigde), voor wiens rekening en risico een smart- of headshop wordt uitgeoefend.

  3. Beheerder/leidinggevende:

    de natuurlijke persoon die feitelijk leiding geeft aan de exploitatie van de een smart- of headshop, daaronder begrepen degene die de algemene of onmiddellijke leiding heeft.

Artikel 2.18b

Aanvraag exploitatie smart- of headshop

  1. Het is verboden een inrichting te exploiteren als smart- of headshop zonder vergunning van de burgemeester.

  2. In de aanvraag voor de vergunning en in de vergunning worden in ieder geval vermeld:

    1. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en de beheerder/leidinggevende;

    2. indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of beheerder/leidinggevende;

    3. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder/leidinggevende gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;

    4. voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt aangevraagd;

    5. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

    6. het nummer van inschrijving van het bedrijf in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    7. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.

  3. De burgemeester kan indien hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.

  4. Per bedrijf wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.

Artikel 2.18c

Weigeringsgronden exploitatievergunning smart- of headshop

  1. De burgemeester kan een vergunning weigeren als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, daaronder vallen of als niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 2:18b gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag.

  2. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de inrichting als smart- of headshop in strijd is met het Omgevingsplan of indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de exploitant of de beheerder/leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend.

  3. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitant of de beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:18d van deze verordening gestelde gedragseisen.

  4. De burgemeester kan de vergunning weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van deze inrichting.

  5. Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester in elk geval rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting als smart- of headshop.

  6. De burgemeester kan de vergunning tevens weigeren, indien dit nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten

  7. De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren, indien één of meer exploitanten of beheerders/leidinggevenden van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting binnen drie jaar voor indiening van de aanvraag om een vergunning een inrichting heeft geëxploiteerd als smart- of headshop of daar leiding aan heeft gegeven, die op grond van het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, dan wel op basis van artikel 13 b Opiumwet gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.

  8. De burgemeester kan de vergunning weigeren in de gevallen bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

  9. Een vergunning ten aanzien van een als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting, waarvan de vergunning op grond van artikel 2:18e, derde lid, van deze verordening is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd.

  10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.18d

Gedragseisen

  1. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:18b van deze verordening moet de exploitant en de beheerder/leidinggevende aan de volgende eisen voldoen:

    1. hij dient niet onder curatele te staan;

    2. hij dient niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn;

    3. hij dient de leeftijd van éénentwintig jaren bereikt te hebben.

Artikel 2.18e

Intrekking vergunning exploitatie smart- of headshop

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 wordt een vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop ingetrokken, indien niet langer voldaan wordt aan de in artikel 2:18d van deze verordening gestelde gedragseisen of het bepaalde in artikel 2:18f van deze verordening niet in acht wordt genomen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester de vergunning van een smart- of headshop als bedoeld in artikel 2:18b ook intrekken, als sprake is van een of meer van de volgende situatie(s):

    1. aannemelijk is dat de exploitant of de beheerder/leidinggevende betrokken is bij of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 13b Opiumwet; of

    2. aannemelijk is dat de exploitant of beheerder/leidinggevende van het bedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit het bedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; of

    3. zich een incident gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en/of drugshandel heeft voorgedaan in of bij de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting; of

    4. dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen; of

    5. de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met de voorschriften die verbonden zijn aan de in artikel 2:18c genoemde vergunning; of

    6. de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of

    7. er in het bedrijf strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of

    8. zich in of vanuit het bedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het bedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf; of

    9. sprake is van een wijziging in de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 2:18b is verstrekt en dit niet is gemeld als bedoeld in artikel 2:18g; of

    10. sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur; of

    11. de gegevens die zijn verstrekt voor het verkrijgen van de vergunning zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat bij kennis van de juiste en volledige gegevens een andere beslissing op de aanvraag zou zijn genomen. Hieronder vallen mede het Bibob-vragenformulier en andere in het kader van de aanvraag overgelegde documenten.

  3. Als de vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop ingetrokken is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, kan de burgemeester bepalen, dat een nieuwe vergunning voor de exploitatie van dezelfde smart- of headshop gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar kan worden geweigerd.

Artikel 2.18f

Aanwezigheid leidinggevende smart- of headshop

Het is verboden de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende of de exploitant of beheerder aanwezig is.

Artikel 2.18g

Wijziging of verplaatsing vergunning exploitatie smart- of headshop en vervallen vergunning

  1. Als er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging in de vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop of verplaatsing van de smart- of headshop dient te komen, dient de exploitant of de beheerder/leidinggevende onverwijld een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van een smart- of headshop bij de burgemeester in te dienen.

  2. Indien deze aanvraag niet binnen twee weken nadat de veranderde omstandigheden zich hebben voorgedaan, is ingediend, kan de burgemeester de verleende vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop intrekken.

  3. Een vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop vervalt indien:

    1. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

    2. de exploitant of de beheerder/leidinggevende deze hoedanigheid heeft verloren;

    3. een vergunning, strekkende ter vervanging van eerstbedoelde vergunning is verleend en door bekendmaking in werking is getreden.

  4. Indien binnen veertien dagen nadat de exploitant of de beheerder/leidinggevende deze hoedanigheid heeft verloren een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van dezelfde smart- of headshop wordt ingediend, blijft het bepaalde in het derde, onder b buiten toepassing, tot het moment dat op die aanvraag is beslist.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hilvarenbeek 2026