1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 wordt een vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop ingetrokken, indien niet langer voldaan wordt aan de in artikel 2:18d van deze verordening gestelde gedragseisen of het bepaalde in artikel 2:18f van deze verordening niet in acht wordt genomen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester de vergunning van een smart- of headshop als bedoeld in artikel 2:18b ook intrekken, als sprake is van een of meer van de volgende situatie(s):

    1. aannemelijk is dat de exploitant of de beheerder/leidinggevende betrokken is bij of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 13b Opiumwet; of

    2. aannemelijk is dat de exploitant of beheerder/leidinggevende van het bedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit het bedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; of

    3. zich een incident gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en/of drugshandel heeft voorgedaan in of bij de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting; of

    4. dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen; of

    5. de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met de voorschriften die verbonden zijn aan de in artikel 2:18c genoemde vergunning; of

    6. de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of

    7. er in het bedrijf strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of

    8. zich in of vanuit het bedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het bedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf; of

    9. sprake is van een wijziging in de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 2:18b is verstrekt en dit niet is gemeld als bedoeld in artikel 2:18g; of

    10. sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur; of

    11. de gegevens die zijn verstrekt voor het verkrijgen van de vergunning zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat bij kennis van de juiste en volledige gegevens een andere beslissing op de aanvraag zou zijn genomen. Hieronder vallen mede het Bibob-vragenformulier en andere in het kader van de aanvraag overgelegde documenten.

  3. Als de vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop ingetrokken is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, kan de burgemeester bepalen, dat een nieuwe vergunning voor de exploitatie van dezelfde smart- of headshop gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar kan worden geweigerd.