1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark indien daar:

    1. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen;

    2. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;

    3. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend;

    4. zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping of recreatiepark ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde;

  2. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark indien:

    1. de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:40b, eerste lid, of 2:40c onder sub a en b;

    2. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voor- schriften;

  3. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen;

  4. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan;

  5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift met het sluitingsbevel wordt aangebracht.