Algemene plaatselijke verordening gemeente Hellendoorn 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen en procedurevoorschriften
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3 Evenementen
Paragraaf Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10 Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 11 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Paragraaf Afdeling 13 Ondermijning
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 13 Ondermijning

Artikel 2:80

Begripsbepalingen

In dit artikel wordt verstaan onder:

  1. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;

  3. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, of daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

Artikel 2:80a

Aanwijzing gebied, straat of gebouw waar vergunningplicht geldt voor bepaalde bedrijvigheid

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat of als er bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven een gebied, straat, gebouw of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod van artikel 2:80b van toepassing is. Een aanwijzing kan zich tot één of meer bedrijfsactiviteiten beperken.

  2. De burgemeester wijst in het besluit de activiteiten aan waarvoor de vergunningplicht geldt en geeft desgewenst aan welke specifieke voorwaarden aan de vergunningplicht worden verbonden.

  3. De burgemeester kan de aanwijzing intrekken zodra deze bedrijfsmatige activiteiten naar zijn oordeel niet langer de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins ondermijning veroorzaken.

Artikel 2:80b

Exploitatie van een bedrijf in een aangewezen gebied, straat of gebouw

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen in een door de burgemeester aangewezen gebouw of gebied voor de door de burgemeester benoemde bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.80a.

Artikel 2:80c

Aanvraag vergunning bedrijf in een aangewezen gebied, straat of gebouw

  1. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant.

  2. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend op een daarvoor beschikbaar gesteld formulier met daarbij een volledig ingevuld Bibob vragenformulier en de daarbij behorende bijlagen.

  3. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

  4. Indien er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging van de vergunning dient te komen, moet de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag indienen. Indien deze aanvraag niet binnen één maand is ingediend na de verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een vergunning vervalt, wanneer de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

Artikel 2:80d

Bijzondere weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning weigeren als:

  1. naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf of de openbare orde of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed of er om andere redenen sprake is van ondermijning door het bedrijf;

  2. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  3. de wijze van bedrijfsvoering daartoe aanleiding geeft;

  4. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

  5. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  6. er sprake is van ernstig gevaar in de zin van artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur;

  7. er aanwijzingen zijn dat in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000; of

  8. indien de vestiging of exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet of bij of krachtens de Omgevingswet, of een omgevingsplan.

Artikel 2:80e

Bijzondere gronden voor intrekking en wijziging

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2:80b intrekken of wijzigen indien:

  1. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;

  2. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  3. de voorwaarden uit de vergunning niet worden nageleefd;

  4. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  5. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

  6. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

  7. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie;

  8. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is;

  9. er aanwijzingen zijn dat in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000; of

  10. indien de vestiging of exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij of krachtens de Omgevingswet of een omgevingsplan.

Artikel 2:80f

Overgangsbepaling bestaande bedrijven

Voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten die op het tijdstip van de aanwijzing reeds worden uitgeoefend stelt de burgemeester een termijn vast waarop de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:80b in werking treedt.

Artikel 2:80g

Sluiting bedrijf

  1. De burgemeester kan, indien een bedrijf in strijd met artikel 2:80b wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in artikel 2:80e, onder a tot en met j, van toepassing is, het bedrijf voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.

  2. Het is eenieder verboden een op grond van het eerste lid gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven of te laten verblijven.

  3. De sluiting wordt tevens bekend gemaakt door het besluit tot sluiting aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het bedrijf.

  4. De sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de gronden, die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Hellendoorn 2025