1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  2. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer schriftelijk of digitaal aan het college de volgende gegevens zijn doorgegeven:

    1. adres van de inrichting;

    2. datum festiviteit;

    3. tijdstip festiviteit;

    4. inhoud festiviteit.

  3. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  4. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, uiterlijk om 01.00 uur beëindigd, met dien verstande dat voor buitenruimten een eindtijd geldt van 23.30 uur.

  5. In afwijking van het vierde lid kan het college een eindtijd van 01.00 uur voor buitenruimten toestaan wanneer de festiviteit onderdeel is van een evenement waarbij, voor andere delen van het evenemententerrein, een ontheffing in het kader van artikel 4:6 is verleend.

  6. In afwijking van het vierde lid geldt op 1 januari een eindtijd van 6.00 uur voor binnenruimten.

  7. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

  8. Het college kan aan de gemelde incidentele festiviteit nadere voorschriften en/of beperkingen verbinden overeenkomstig artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.