1. De exploitant meldt iedere wijziging in leidinggevende(n) onmiddellijk aan de burgemeester.

  2. De burgemeester verleent een gewijzigd aanhangsel bij de vergunning in het geval de aanvraag betrekking heeft op:

    1. een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven; en

    2. een persoon als leidinggevende te laten doorhalen, omdat de leidinggevende niet langer werkzaam is in of voor de openbare inrichting en/of geen bemoeienis meer heeft met de bedrijfsvoering en/of exploitatie van de openbare inrichting.

  3. De burgemeester weigert de aanvraag tot wijziging van het aanhangsel bij de vergunning in het geval:

    1. een persoon, als bedoeld in het eerste en tweede lid, niet voldoet aan het bij of krachtens artikel 2:28d, eerste lid, onder a, b, of c gestelde; en

    2. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur.

  4. Alvorens te beslissen op een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.