Algemene plaatselijke verordening gemeente Hellendoorn 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen en procedurevoorschriften
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3 Evenementen
Paragraaf Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10 Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 11 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Paragraaf Afdeling 13 Ondermijning
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 10 Consumentenvuurwerk

Artikel 2:71

Definitie

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. bevoegd bestuursorgaan: college van burgemeester en wethouders of, voor zover het openbare vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet betreft, de burgemeester;

  2. bus: een (originele)(melk)bus van staal of ijzer, container, opslagvat, buis of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp;

  3. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen;

  4. consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

  5. voorzieningen voor het houden van dieren: voorzieningen ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van dieren en/of voorzieningen ten behoeve van het hobbymatig houden van hoefdieren.

Artikel 2:73

Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

  1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

  2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

  3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:73a

Carbidschieten

  1. Carbidschieten in de open lucht is verboden.

  2. Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet indien er aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

    1. carbidschieten plaatsvindt binnen de bebouwde kom op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur waarbij gebruik wordt gemaakt van (melk)bussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale inhoud van 60 liter;

    2. carbidschieten plaatsvindt buiten de bebouwde kom op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur waarbij gebruik wordt gemaakt van (melk)bussen en/of dergelijke voorwerpen;

    3. bij het carbidschieten wordt er gebruik gemaakt van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumcarbid (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen, mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht of degene, onder wiens toezicht hij staat, weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;

    4. er schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein waaraf wordt geschoten is afgegeven;

    5. de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:

      1. op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing;

      2. op een afstand van ten minste 300 meter van inrichtingen voor gezondheidszorg;

      3. op een afstand van ten minste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren;

      4. op een afstand van ten minste 500 meter van een vogelrichtlijngebied, zoals het zuidelijk gedeelte van het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug;

      5. op een afstand van ten minste 200 meter van gebouwen bestemd voor godsdienstige bijeenkomsten wanneer 31 december op een zondag valt;

      6. zodat een vrijschootsveld van minimaal 75 meter aanwezig is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen; en

      7. binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in totaliteit niet meer dan tien bussen aanwezig zijn;

    6. er geen busdeksels of soortgelijke gevaarlijke projectielen worden gebruikt om met behulp van carbid te worden weggeschoten die schade aan mens, dier of goed kunnen veroorzaken;

    7. er wordt geschoten door een persoon van 16 jaar of ouder, niet onder invloed zijnde van alcohol of drugs. Het schieten moet plaatsvinden onder toezicht van één of meerdere personen van 18 jaar of ouder;

    8. het carbidschieten vindt plaats in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen en de toeschouwers zich bevinden; en

    9. de (melk)bussen en/of dergelijke voorwerpen moeten stevig worden verankerd zodat terugslag kan worden voorkomen.

  3. De locatie van waar carbid wordt geschoten en het schootsveld moeten schoon en in de oorspronkelijke staat achtergelaten worden.

  4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen aanwijzen waar het gestelde in het tweede lid niet van toepassing is.

  5. Het college kan ontheffing verlenen van het gestelde in het tweede lid onder a.

  6. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

  7. Eventuele bevelen en/of aanwijzingen van ambtenaren van de politie en/of gemeente, met als doel het voorkomen van overlast, schade of onveilige situaties worden direct opgevolgd.

  8. De burgemeester kan ten alle tijden het schieten van carbid verbieden als de veiligheid van personen en goederen in het geding is, het woon- en leefklimaat en/of de volksgezondheid wordt aangetast.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Hellendoorn 2025