1. Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  2. Openbare inrichtingen die vallen onder de uitzonderingen, zoals opgenomen onder artikel 2:28A voordat dit artikel is vervallen, zijn niet vergunningsplichtig op grond van artikel 2:28. Deze overgangsbepaling is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.