1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  2. Het is verboden te kitesurfen op het openbaar water.

  3. Het is verboden de duiksport te beoefenen in het openbaar water, behoudens in een door het college aangewezen gebied. Het college kan bij de aanwijzing gedeelten van een gebied aanwijzen waarbinnen duiken niet is toegestaan op de daarbij genoemde tijden of in de daarbij genoemde perioden.

  4. Het is de eigenaar of schipper van een vaartuig of een gebruiker van een zeilplank verboden zich daarmee te bevinden in een gedeelte van het openbaar water dat is afgezet voor zwemmers en duikers.

  5. Het is de eigenaar of gebruiker van een zeilplank verboden ligplaats in te nemen in zwem- of duikwater.

  6. Het is de eigenaar of gebruiker van een zeilplank verboden zich daarmee te bevinden in een door het college aangewezen gebied in de daarbij genoemde periode.

  7. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening.