1. Het college kan woningverhuur aanwijzen waarop het verbod uit het eerste lid van artikel 2:84 van toepassing is.

  2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt uitsluitend plaats als naar het oordeel van het college:

    1. huurders en/of gebruikers worden uitgebuit en/of onevenredig benadeeld; en/of

    2. de leefbaarheid, de volksgezondheid, de openbare orde en/of de veiligheid onder druk staan; en/of

    3. het welzijn van huurders en/of gebruikers onder druk staat; en/of

    4. er zich strafbare feiten voordoen.

  1. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan zich beperken tot:

    1. de woningverhuur van één of meer verhuurders; en/of

    2. de verhuur van één of meer woningen binnen een straat, wijk of gebied; en/of

    3. alle woningverhuur binnen een straat, wijk, of gebied; en/of

    4. een bepaalde vorm van woningverhuur al dan niet beperkt tot een straat, wijk, of gebied; en/of

    5. één of meer onder verantwoording van of in opdracht van een verhuurder of meerdere verhuurders werkende natuurlijke personen of rechtspersonen.

  1. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid welke betrekking heeft op alle woningverhuur binnen een wijk of gebied of op (een) bepaalde vorm(en) van woningverhuur binnen de gehele gemeente geschiedt niet eerder voordat de gemeenteraad hierover vooraf is geïnformeerd.