1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:

    1. de bevoegde politieambtenaren;

    2. de marktmeester;

    3. (vervallen)

    4. de buitengewoon opsporingsambtenaren die hiertoe zijn aangewezen door het college.

  2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met het in het eerste lid genoemde toezicht belasten.