1. Het is verboden:

    1. te varen, te doen of te laten varen in of binnen een afstand van vier meter van rietkragen, biezen, liezen of enig opstaand watergewas, gele plompen of waterlelies, behoudens voor zover noodzakelijk om ligplaats in te nemen danwel deze te verlaten;

    2. zich te bevinden in of binnen een afstand van vier meter van de onder a genoemde gewassen;

    3. vaartuigen aan te leggen, te doen of te laten aanleggen aan bomen of struiken.

  2. Het is verboden op enigerlei wijze schade toe te brengen aan de onder het eerste lid, onder a, genoemde gewassen.

  3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid,is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet natuurbescherming.

  4. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing bij het verrichten van het noodzakelijke onderhoud aan watergangen ter uitvoering van een wettelijke verplichting.