1. In een inrichting is het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen slechts toegestaan gedurende de dag- en avondperiode (tussen 07:00 uur en 23:00 uur).

  2. De muziekbeoefening dient inpandig, met gesloten ramen en deuren, plaats te vinden.

  3. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.

  4. In afwijking van het eerste lid mag tussen 23:00 uur en 07:00 uur wel onversterkte muziek ten gehore worden gebracht wanneer door middel van een akoestisch onderzoek is aangetoond dat aan de artikelen 2.17 en 2.20 van het Besluit wordt voldaan.

  5. Het eerste en tweede lid gelden niet wanneer artikel 4:2 of artikel 4:3 van deze verordening van toepassing is.