1. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  2. In afwijking van artikel 1:7 wordt de aanvraag ingediend:

    1. uiterlijk twaalf weken voor de beoogde datum van een A-evenement;

    2. uiterlijk zesentwintig weken voor de beoogde datum van een B- of C-evenement.

  3. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding moet worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  4. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een aanvraag in behandeling nemen buiten de in het tweede lid genoemde termijnen.