1. De burgemeester weigert de vergunning, als:

    1. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan dan wel het in procedure zijnde omgevingsplan;

    2. niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2:28a;

    3. een leidinggevende binnen drie jaar voor de aanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde of op grond van artikel 13b Opiumwet, gesloten is geweest.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als:

    1. voor de exploitatie van de openbare inrichting tevens een vergunning op grond van de Alcoholwet vereist is en deze vergunning niet is of kan worden verleend; of

    2. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of

    3. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is met de ingediende aanvraag of het ingevulde Bibob-vragenformulier.