1. Het is een inrichting toegestaan maximaal tien incidentele sportactiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting tenminste drie weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.

  3. Tijdens de sportactiviteit mag het geluid (LA,eq) op de gevel van geluidgevoelige gebouwen maximaal 60 dB(A) zijn; hierbij wordt de straffactor voor muziekgeluid buiten beschouwing gelaten. De metingen dienen plaats te vinden op grond van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.

  4. Voor 09:00 uur en vanaf 19:00 uur moet weer aan de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit worden voldaan.

  5. Het college kan op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaan.