Algemene plaatselijke verordening BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
HOOFDSTUK REGULIERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

  1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    1. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

    2. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

    3. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Bergen op Zoom daaronder wordt verstaan;

    4. college: het college van burgemeester en wethouders;

    5. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;

    6. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

    7. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

    8. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;

    9. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

    10. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van deze verordening.

Artikel 1:3

Indien aanvraag

  1. Indien een aanvraag om een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

  2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

  3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betreft.

  4. Indien een aanvraag om een vergunning of ontheffing wordt ingediend meer dan acht weken vóór het eind van het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

  5. Een aanvraag tot afgifte van een vergunning of ontheffing welke gebaseerd is op deze verordening dient te worden aangevraagd middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld aanvraagformulier.

Artikel 1:4

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet.

Artikel 1:7

Termijnen

  1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8

Weigeringsgronden

  1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

    5. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Artikel 1:9

Lex silencio positivo van toepassing

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze verordening:

  1. Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als straatartiest;

  2. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister;

  3. Artikel 5:6 Caravans, aanhangers en dergelijke;

  4. Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen;

  5. Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen;

  6. Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen.

Artikel 1:10

Lex silencio positivo niet van toepassing

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening:

  1. Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden;

  2. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan;

  3. Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg;

  4. Artikel 2:25 Vergunning evenementen;

  5. Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;

  6. Artikel 2:29 Sluitingstijd;

  7. Artikel 2:29a Sluitingsuur broodjes- en shoarmazaken;

  8. Artikel 2:29b Sluitingsuur Sportkantines;

  9. Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid;

  10. Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.;

  11. Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren;

  12. Artikel 3:3 Vergunning seksinrichting;

  13. Artikel 4:6 Overige geluidhinder;

  14. Artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen;

  15. Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen;

  16. Artikel 5:15 Ventverbod;

  17. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden;

  18. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden;

  19. Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening