Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders:
een uitweg te maken naar de weg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
Een vergunning als bedoeld in eerste lid kan worden geweigerd indien:
daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
het openbaar groen en/of de openbare ruimte daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;
er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Waterwet, de Verordening wegen Noord-Brabant 2010, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG