1. De exploitatievergunning of verleende vrijstelling vervalt wanneer:

    1. de exploitatie van de openbare inrichting feitelijk is beëindigd of (gedeeltelijk) overgedragen;

    2. zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning, zonder dat van deze vergunning gebruik is gemaakt;

    3. gedurende één jaar anders dan wegens overmacht geen gebruik is gemaakt van de exploitatievergunning.