1. De burgemeester weigert de vergunning onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, indien het in artikel 2:40b, lid 2 bedoelde maximum voor smartshops, belshops, of internetcafés is bereikt.

  2. De burgemeester weigert de vergunning, indien de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is met het geldende bestemmingsplan of een geldende Leefmilieuverordening.

  3. De burgemeester kan de vergunning weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting.

  4. De burgemeester weigert de vergunning indien de leidinggevenden niet voldoen aan de in artikel 2:40c opgenomen gedragseisen.

  5. De burgemeester weigert de vergunning indien de aanvrager van zichzelf en de op de vergunning te vermelden leidinggevende geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.

  6. De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren, indien de exploitant van een inrichting na inwerkingtreding van dit artikel binnen drie jaar voor indiening van de vergunningaanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, die wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, dan wel op basis van artikel 13 b Opiumwet gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.