Onverminderd het bepaalde in artikel 4:15 is het verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
reclame op objecten die bij de gemeente in beheer zijn en waarvoor met de gemeente over het gebruik van die objecten voor handelsreclame een overeenkomst is aangegaan;
reclame op Abri's die als gevolg van de aangegane overeenkomst zijn geplaatst als openbaar vervoersvoorziening;
reclame welke is aangebracht op de uitstallingen welke conform artikel 2:10, vierde lid mogen worden geplaatst;
aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door het college.
opschriften of aankondigingen kleiner dan 1 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd.
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.
Indien voor het aanbrengen van reclame-uitingen op of aan een onroerende zaak een vergunning krachtens andere wetgeving verleend is het eerste lid niet toepassing.
AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN