1. Het is verboden de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.

  2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    1. evenementen als bedoeld in artikel 2:25;

    2. terrassen als bedoeld in artikel 2:28c;

    3. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en

    4. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

  3. Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in de nadere regels uit hoofde van het vierde lid:

    1. uitstallingen;

    2. bouwobjecten;

    3. reclameborden;

    4. plantenbakken en banken;

    5. nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen.

  4. Door of namens het college worden in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels gesteld ten aanzien van de categorieën van voorwerpen als bedoeld in het derde lid.

  5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.