1. Het is een inrichting, die op grond van het omgevingsplan bedoeld is om evenementen te organiseren, toegestaan om incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2:17, 2:17a. 2:19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, niet van toepassing zijn, mits:

    1. het totaal van de collectieve en incidentele festiviteiten in een inrichting niet meer bedraagt dan twaalf festiviteiten per kalenderjaar; en

    2. de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Gelderland.

  4. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  5. Het equivalente geluidsniveau Leq T veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A) en 75 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.

  6. De geluidsnorm, bedoeld in het vijfde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

  7. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, uiterlijk om 23.00 uur beëindigd, voor zover het de zondag tot en met de donderdag betreft en uiterlijk om 24.00 uur beëindigd, voor zover het de vrijdag en zaterdag betreft.

  8. Het college kan op aanvraag bij beschikking afwijken van het vijfde, zesde en/of zevende lid als aannemelijk is dat de incidentele festiviteit geen onevenredig nadeel voor aanwezigen in de dichtstbijzijnde gevoelige gebouwen tot gevolg zal hebben. Het college stelt in de beschikking beperkende voorschriften als die nodig zijn om te bereiken dat dat nadeel niet-onevenredig zal zijn.

  9. De houder van de inrichting informeert omwonenden vooraf schriftelijk over de incidentele festiviteit.