1. Het is verboden zich op of aan de weg, of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.

  2. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan door een politieambtenaar het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  3. Het is degene aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in het tweede lid is gegeven en aan wie dit door of namens het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan door het bevoegd bestuursorgaan aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd.

  4. Het verbod in het derde lid geldt gedurende de in de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken.