1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.

  2. Een slijtersbedrijf neemt bij het gebruik van de vrijstelling de dagen en tijden in acht die voor hem bij of krachtens de Winkeltijdenwet gelden.