1. De burgemeester kan een tijdsruimte aanwijzen waarbinnen het verboden is om tijdens evenementen of bijzondere gelegenheden bedrijfsmatig, dan wel anders dan om niet, alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik al dan niet ter plaatse van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27.

  2. Bij de aanwijzing van een tijdsruimte bepaalt de burgemeester tevens het gebied waarop de aanwijzing ziet.