1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

    1. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

    2. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd met een fysieke lijn;

    3. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of

    4. op een openbare plaats als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen;

    5. op recreatiegebied Zeumeren in de periode van 1 mei tot 1 oktober; of

    6. in de natuurgebieden van Staatsbosbeheer en het Geldersch Landschap en Kasteelen als de hond niet is aangelijnd met een fysieke lijn.

  2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenuitrenplaatsen (HUP).

  3. Het eerste lid, aanhef en onder e of f, is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenlosloopgebieden in natuurgebieden.

  4. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

  5. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vrijstelling in het vierde lid.

  6. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.