Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort (APV) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecabedrijven
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelautomatenhallen en gamecentra
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
Hoofdstuk SANCTIE-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Afdeling

Toezicht op speelautomatenhallen en gamecentra

Artikel 2:39

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. wet: de Wet op de kansspelen;

  2. speelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;

  3. kansspelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;

  4. behendigheidsautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet;

  5. kermisautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de wet;

  6. kermis: een volksfeest van tijdelijke aard in de buitenlucht met kramen, attracties, toestellen waar men in kan en andere vormen van vermaak dat vergunningplichtig is op grond van artikel 2:24 en 2:25;

  7. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te laten beoefenen, zoals bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;

  8. gamecentrum: een inrichting bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van verschillende soorten behendigheidsautomaten te laten beoefenen en waar geen kansspelautomaten en/of kermisautomaten aanwezig zijn;

  9. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;

  10. exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  11. leidinggevende: de natuurlijke persoon die belast is met het dagelijks toezicht op, en de onmiddellijke leiding in, de speelautomatenhal.

Artikel 2:39a

Aantal speelautomaten

  1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan.

  2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

  3. In een speelautomatenhal zijn maximaal 150 kansspelautomaten toegestaan.

Artikel 2:40

Vergunningplicht speelautomatenhal en gamecentrum

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal of een gamecentrum te exploiteren of te doen exploiteren.

  2. De burgemeester verleent voor maximaal één speelautomatenhal een vergunning.

  3. Een vergunning voor een speelautomatenhal wordt verleend voor de duur van ten hoogste 10 jaar.

  4. Een aanvraag voor een vergunning wordt getoetst aan de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  5. De burgemeester stelt nadere regels vast ten behoeve van:

    1. het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning voor een speelautomatenhal in aanmerking te komen, waarbij in elk geval regels worden opgesteld betreffende:

      1. De inhoud en de wijze van het indienen van een aanvraag;

      2. De verdelings- en toekenningsprocedure voor een vergunning.

    2. de indieningsvereisten en de voorwaarden die gesteld worden aan een vergunning.

  6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40a

Eisen aan exploitant en leidinggevende

  1. Voor het verkrijgen van een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:40, eerste lid, moeten exploitant en leidinggevende(n) aan de volgende eisen voldoen:

  2. zij mogen niet onder curatele staan;

  3. zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

  4. zij moeten de leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt.

Artikel 2:40b

Inhoud vergunning

  1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:40, eerste lid, wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet van de exploitant.

  2. De vergunning is niet overdraagbaar.

  3. De namen van de leidinggevenden worden vermeld op het aanhangsel bij de vergunning.

  4. De burgemeester stelt nadere regels vast met betrekking tot aan de vergunning te stellen voorschriften en beperkingen. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

    1. de sluitingstijden van de speelautomatenhal of het gamecentrum;

    2. het toezicht op de speelautomatenhal of het gamecentrum;

    3. maatregelen ter voorkoming van verslaving.

Artikel 2:40c

Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

  1. het maximaal aantal te verlenen vergunningen zoals opgenomen in artikel 2:40, tweede lid, is verleend;

  2. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de speelautomatenhal of het gamecentrum op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloed wordt door de exploitatie van de speelautomatenhal of het gamecentrum;

  3. de exploitatie van de speelautomatenhal of het gamecentrum in strijd is met een geldend omgevingsplan;

  4. de speelautomatenhal of het gamecentrum niet rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is;

  5. niet wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet gestelde eisen;

  6. niet is voldaan aan de eisen zoals gesteld in artikel 2:40a.

Artikel 2:40d

Intrekkingsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken indien:

  1. niet langer wordt voldaan aan de in artikel 2:40a gestelde eisen;

  2. niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet gestelde eisen;

  3. zich in of vanuit de speelautomatenhal of het gamecentrum feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

  4. de openbare orde, veiligheid of de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelautomatenhal of het gamecentrum op ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid van dat bedrijf;

  5. niet voldaan wordt aan het gestelde in artikel 2:40e en 2:40f;

  6. de vergunninghouder gedurende een periode van ten minste zes maanden geen gebruik van de vergunning heeft gemaakt;

  7. de exploitatie van de speelautomatenhal of het gamecentrum in strijd is met het geldende omgevingsplan en die strijdigheid niet zal worden opgeheven.

Artikel 2:40e

Aanwezigheidsplicht

Het is verboden een speelautomatenhal of gamecentrum voor het publiek geopend te hebben zonder dat tenminste één leidinggevende die als zodanig op de vergunning staat in het bedrijf aanwezig is.

Artikel 2:40f

Bijschrijven leidinggevende

  1. De exploitant meldt aan de burgemeester de wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven op het aanhangsel bij de vergunning. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.

  2. De burgemeester bevestigt schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de melding. Direct na bevestiging van ontvangst van de melding mag de leidinggevende als zodanig werkzaam zijn, zolang nog niet op de aanvraag is beslist.

  3. De burgemeester weigert de aanvraag tot wijziging van het aanhangsel indien niet voldaan wordt aan de eisen zoals gesteld in artikel 2:40a.

Artikel 2:40g

Beëindiging exploitatie

De vergunning, zoals bedoeld in artikel 2:40, vervalt indien de ondernemer de exploitatie van de speelautomatenhal of het gamecentrum beëindigt, dan wel wanneer de looptijd van de vergunning voor de speelautomatenhal verstreken is.

Artikel 2:40h

Overige inrichtingen

Het is verboden in een andere inrichting dan een speelautomatenhal zoals bedoeld in artikel 2:40 eerste lid, bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, publiek gelegenheid te geven deel te nemen aan enig spel waarbij om geld, voor geld inwisselbare voorwerpen of goederen wordt gespeeld. Dit verbod geldt niet voor zover de wet van toepassing is.

Artikel 2:40i

Kermissen

Kermisautomaten mogen niet worden opgesteld buiten een op grond van artikel 2:25 vergunde kermis.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort (APV)