1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

  2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  3. Het verbod geldt niet voor:

    1. een inzameling die in besloten kring gehouden wordt;

    2. een inzameling die is opgenomen in het Landelijk collecterooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF).

  4. Het college kan onder door hem te stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen.

  5. Het college kan een vergunning weigeren indien:

    1. de aanvraag betrekking heeft op een periode die in het Landelijk collecterooster al is ingevuld of waarvoor het college al een vergunning heeft verleend;

    2. de voorgenomen inzameling als duplicering van een op het Landelijk collecterooster van het CBF opgenomen inzameling aan te merken is;

    3. de aanvrager niet als bonafide kan worden aangemerkt.

  6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.