1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. De vergunning kan bovendien worden geweigerd indien de aanvraag daartoe niet dan wel niet volledig is ingediend binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de activiteit waarvoor vergunning wordt gevraagd.

  3. Onder redelijke termijn als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan 8 weken, tenzij in een afzonderlijke bepaling een afwijkende termijn is opgenomen.