1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig:

    1. 15 of meer tweewielers voor gebruik door derden op de weg te plaatsen;

    2. 1 of meer auto’s voor gebruik door derden op de weg te plaatsen.

  2. Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor het bedrijfsmatig op de weg plaatsen van bakfietsen voor gebruik door derden.

  3. Het college kan nadere regels stellen over de vergunning bedoeld in het eerste lid:

    1. in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    2. in het belang van de veiligheid van het publiek;

    3. in het belang van de doorstroming van het verkeer;

    4. ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik.

  4. Het college kan in die nadere regels in elk geval een maximum stellen aan het totaal aantal bedrijven waaraan een vergunning kan worden verleend of aan het totaal aantal voertuigen als bedoeld in het eerste lid of categorieën of typen daarvan dat op of aan de weg kan worden geplaatst.

  5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college de vergunning weigeren:

    1. in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    2. in het belang van de veiligheid van het publiek;

    3. in het belang van de doorstroming van het verkeer;

    4. ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik.

  6. Het college weigert de vergunning indien een maximum als bedoeld in het derde lid is vastgesteld en dit maximum al is bereikt.

  7. Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar uitsluitend voertuigen als bedoeld in het eerste lid mogen worden geplaatst en ter gebruik mogen worden aangeboden of waar deze voertuigen niet mogen worden geplaatst en niet ter gebruik mogen worden aangeboden.

  8. Het is verboden te handelen in strijd met het bepaalde krachtens het derde en zevende lid.

  9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.