1. Indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in een samenwerkingsverband, wordt zorgformatie toegekend aan het bestuur van de centrale dienst van dat verband.

  2. Indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt, wordt zorgformatie toegekend aan dat bevoegd gezag.

  3. De in het eerste en tweede lid bedoelde formatie is afhankelijk van het aantal leerlingen van de afzonderlijke basisscholen in het samenwerkingsverband. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de grondslag vastgesteld voor deze formatie. Bij de toekenning van de formatie wordt aangegeven hoe de formatie per school is berekend.

  4. In een samenwerkingsverband dat de instemming, bedoeld in artikel 18, zevende lid, heeft verkregen, wordt de in het eerste en tweede lid bedoelde formatie voor 2% van het aantal leerlingen van elke basisschool op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, rekenkundig afgerond op een geheel getal, verhoogd met de in artikel 122, eerste lid onder c, bedoelde formatie per leerling.

  5. De centrale dienst deelt voor 15 mei aan de Minister mee, dat hij per 1 augustus daaropvolgend aan elke basisschool in het samenwerkingsverband de formatierekeneenheden overdraagt die op grond van het zorgplan voor die school worden ingezet. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen en voor welke latere datum de centrale dienst aan de Minister kan meedelen dat de overdrachten, bedoeld in de eerste volzin, overeenkomstig het zorgplan worden gewijzigd. Binnen 1 week na de mededelingen, bedoeld in de eerste en tweede volzin, zendt de centrale dienst een afschrift daarvan aan de bevoegde gezagsorganen van alle scholen van het samenwerkingsverband.

  6. De in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde formatie kan worden ingezet voor personeel, overdracht aan één of meer scholen of omzetting in de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden.

  7. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vijfde lid, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. Het bepaalde in de vorige 3 volzinnen is niet van toepassing indien het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur voordien aan de Kamer is overgelegd en door of namens de Kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken.