Wet op het primair onderwijs Laatste controle 29-05-2026, laatste wijziging 28-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk I Basisonderwijs
Titel I Algemene bepalingen
Titel II Openbaar en uit de openbare kassen bekostigd bijzonder onderwijs
Afdeling 1 Regelen voor het openbaar onderwijs, tevens voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs
§ 1 Onderwijs
§ 2 Ondersteuningsstructuur
§ 3 Personeel
§ 3a Lerarenregister
§ 3b Registervoorportaal
§ 4 Leerlingen
§ 5 Ouders
§ 6 Toetsing basisonderwijs en doorstroom voortgezet onderwijs
Afdeling 2 Overige regelen voor het openbaar onderwijs
Afdeling 3 Overige voorwaarden voor bekostiging uit de openbare kassen van het bijzonder onderwijs
Titel III Overige bepalingen met betrekking tot het uit de openbare kassen bekostigd onderwijs
Titel IV Bekostiging
Afdeling 1 Algemeen
Afdeling 2 Aanvang van de bekostiging
Afdeling 3 Voorziening in de huisvesting
Afdeling 4 Grondslag bekostiging scholen
Afdeling 5 Bekostiging samenwerkingsverbanden
Afdeling 6 Lichamelijke oefening en gemeentelijk beleid
Afdeling 7 Overschrijding en betaling
Afdeling 8 Beëindiging bekostiging
Afdeling 9 Onderwijsachterstandenbeleid
Afdeling 10 Verslaglegging en informatieverstrekking
Afdeling 11 Zij-instroom in het beroep
Afdeling 12 Experimenten en tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom ontheemden
Afdeling 13 Overige bepalingen
Hoofdstuk II Andere vormen van basisonderwijs
Afdeling 1 Scholen voor kinderen trekkende bevolking
Afdeling 2 Nieuwkomersonderwijs
§ 1 Begripsbepalingen
§ 2 Garantiefunctie gemeenten nieuwkomersonderwijs
§ 3 Besluit minister en taak gemeente bij onvoldoende onderwijsplaatsen
§ 4 Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen
§ 5 Horizonbepaling tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen
Hoofdstuk III Evaluatie
Hoofdstuk IV Overgangsbepalingen
Hoofdstuk V Slotbepalingen

§ 2

Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel 86

In deze paragraaf wordt onder «school» verstaan: speciale school voor basisonderwijs.

Artikel 87

  1. Onze Minister kan een school op aanvraag van het bevoegd gezag van de school voor bekostiging in aanmerking brengen. Onze Minister willigt de aanvraag slechts in, indien

    1. de bevoegde gezagsorganen van alle basisscholen in het samenwerkingsverband met de aanvraag instemmen,

    2. het samenwerkingsverband meer dan de helft van de basisscholen omvat in een nieuwe woningbouwlocatie van ten minste 15 000 woningen of in aan elkaar grenzende woningbouwlocaties waar binnen 10 jaar in totaal ten minste 15 000 woningen worden gebouwd, en

    3. het samenwerkingsverband nog niet over een speciale school voor basisonderwijs beschikt.

  2. De bekostiging kan slechts aanvangen met ingang van 1 augustus van een schooljaar.

Artikel 88

  1. Onze Minister kan onder door hem te stellen voorwaarden voor bekostiging in aanmerking brengen een school die wordt omgezet van een openbare in een bijzondere school of omgekeerd, waaraan de richting van het onderwijs verandert, waaraan het onderwijs wordt uitgebreid met onderwijs van een of meer andere richtingen, of die tot stand komt als samenwerkingsschool.

  2. Onze Minister kan besluiten toe te staan dat een bekostigde school een andere plaats van vestiging krijgt. Onze Minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden.

  3. Een aanvraag van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid is met redenen omkleed en gaat vergezeld van

    1. een opgave van het samenwerkingsverband of de samenwerkingsverbanden waaraan de school deelneemt en zal gaan deelnemen,

    2. de voorgestelde datum van ingang van de bekostiging,

    3. indien het betreft een aanvraag van een besluit als bedoeld in het eerste lid, het openbaar onderwijs of de richting of richtingen van het bijzonder onderwijs dat de school voor en na de omzetting, wijziging van richting, uitbreiding met een of meer andere richtingen of totstandkoming van een samenwerkingsschool omvat, en

    4. indien het betreft een aanvraag van een besluit als bedoeld in het tweede lid, de aanduiding van de plaats in de gemeente waar het onderwijs moet worden gegeven.

  4. Onze Minister willigt de aanvraag van een besluit als bedoeld in het tweede lid slechts in, ingeval binnen het betrokken samenwerkingsverband of de betrokken samenwerkingsverbanden sprake blijft van een goede bereikbaarheid van speciale scholen voor basisonderwijs.

  5. Artikel 17d, tweede lid, is niet van toepassing bij de totstandkoming van een samenwerkingsschool.

Artikel 89

  1. De bekostiging van een nevenvestiging van een school neemt een aanvang met ingang van 1 augustus indien:

      1. de nevenvestiging, onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van ingang van de bekostiging als nevenvestiging, bekostigd werd als een zelfstandige school, of

      2. de nevenvestiging voor bekostiging in aanmerking kwam als nevenvestiging van de voormalige school bedoeld onder 1°,

    1. ingeval het betreft een nevenvestiging van een openbare school die in stand wordt gehouden door een andere rechtspersoon dan de gemeente op wier grondgebied de nevenvestiging is gelegen, die gemeente bij notariële akte de instandhouding van de school die nevenvestiging is geworden, heeft overgedragen aan die andere rechtspersoon, en

    2. van de omvorming tot nevenvestiging voor 1 februari voorafgaand aan de datum, bedoeld in de aanhef, mededeling is gedaan aan Onze Minister, en indien het betreft een situatie als bedoeld onder b, onder overlegging van de gegevens waaruit blijkt dat aan het vereiste onder b is voldaan.

  2. Bij de akte, bedoeld in het eerste lid onder b, worden tevens overgedragen de rechten die het bevoegd gezag van een school toekomen ten aanzien van het gebouw en terrein, alsmede ten aanzien van de roerende zaken. In de akte wordt bepaald dat de rechtspersoon aan wie wordt overgedragen, het personeel in gelijke betrekkingen en onder dezelfde voorwaarden als vermeld in de arbeidsovereenkomst, benoemt met ingang van de datum van overdracht.

  3. Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid, treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger voor zover deze zijn hoedanigheid van bevoegd gezag betroffen.

  4. Onze Minister maakt voor 1 mei volgend op de mededeling, bedoeld in het eerste lid onder c, aan het bevoegd gezag van de beoogde nevenvestiging bekend of de nevenvestiging zal worden bekostigd.

← terug naar Wet op het primair onderwijs