1. Het in artikel 174 en het in artikel 176 bedoelde bestuur dragen zorg voor de kwaliteit van de werkzaamheden van de instelling.

  2. Onze Minister kan een instelling een of meer van de in artikel 174 en artikel 176, eerste lid, bedoelde bevoegdheden ontnemen indien gebleken is dat de kwaliteit van de uitoefening daarvan tekortschiet, dan wel indien niet of niet meer wordt voldaan aan het terzake bij en krachtens deze wet bepaalde. Artikel 6.10, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ontneming.