Wet op het primair onderwijs

Inhoud
Hoofdstuk I Basisonderwijs
Titel I Algemene bepalingen
Titel II Openbaar en uit de openbare kassen bekostigd bijzonder onderwijs
Afdeling 1 Regelen voor het openbaar onderwijs, tevens voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs
§ 1 Onderwijs
§ 2 Zorgstructuur
§ 3 Personeel
§ 3a Lerarenregister
§ 4 Leerlingen
§ 3b Registervoorportaal
§ 5 Ouders
§ 6 Toetsing basisonderwijs en doorstroom voortgezet onderwijs
Afdeling 2 Overige regelen voor het openbaar onderwijs
Afdeling 3 Overige voorwaarden voor bekostiging uit de openbare kassen van het bijzonder onderwijs
Titel III Overige bepalingen met betrekking tot het uit de openbare kassen bekostigd onderwijs
Titel IV Bekostiging
Afdeling 1 Algemeen
Afdeling 2 Aanvang van de bekostiging
Afdeling 3 Voorziening in de huisvesting
Afdeling 4 Materiële instandhouding
Afdeling 5 Formatie personeel; bekostiging kosten vervanging van personeel; bekostiging voor schoolspecifieke knelpunten in de personeelsvoorziening
Afdeling 6 Nascholing personeel
Afdeling 7 Gezamenlijke zorgformatie basisscholen
Afdeling 8 Wijze van bekostiging
Afdeling 9 Beëindiging van de bekostiging
Afdeling 10 Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid
Afdeling 11 Onderwijs in allochtone levende talen
Afdeling 12 Overige bepalingen
Afdeling 13 Overige bepalingen
Hoofdstuk II Andere vormen van basisonderwijs
Afdeling 1 Scholen voor kinderen trekkende bevolking
Afdeling 2 Nieuwkomersonderwijs
§ 1 Begripsbepalingen
§ 2 Garantiefunctie gemeenten nieuwkomersonderwijs
§ 3 Besluit minister en taak gemeente bij onvoldoende onderwijsplaatsen
§ 4 Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen
§ 5 Horizonbepaling tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen
Hoofdstuk III Slotbepalingen
Hoofdstuk IV Overgangsbepalingen
Hoofdstuk V Slotbepalingen

Artikel 125

HISTORISCH
  1. Het samenwerkingsverband draagt per leerling een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag over aan de speciale school voor basisonderwijs, welk bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs indien

    1. de speciale school voor basisonderwijs een leerling toelaat van een basisschool in het desbetreffende samenwerkingsverband,

    2. de speciale school geen deel uitmaakt van het desbetreffende samenwerkingsverband, en

    3. het samenwerkingsverband heeft bepaald dat de leerling op het onderwijs van een speciale school voor basisonderwijs is aangewezen.

  2. Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, en het vermenigvuldigingsbedrag van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, zijn de uitkomst van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie per leerling vermenigvuldigd met een bedrag. Bij de vaststelling van de bedragen wordt in ieder geval rekening gehouden met de ontwikkeling van de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd en de genormeerde gemiddelde personeelslast van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs. In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de vorige volzin, kan voor de verschillende schooljaren en afhankelijk van het moment van de toelating tot de speciale school voor basisonderwijs een verschillende hoeveelheid formatie worden vastgesteld.

  3. De in het eerste lid bedoelde overdracht vindt voor het eerst plaats voor het schooljaar volgend op het schooljaar van de toelating tot de speciale school voor basisonderwijs.

  4. De in het eerste lid bedoelde overdracht vindt niet plaats als de toelating plaatsvindt binnen 6 maanden voor of na een verhuizing van de ouders van een woning buiten het gebied van het samenwerkingsverband van de speciale school voor basisonderwijs naar een woning binnen dat gebied.

  5. De overdracht, bedoeld in het eerste lid, eindigt met ingang van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de leerling de speciale school voor basisonderwijs verlaat.

  6. Artikel 124, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de overdrachtsverplichting, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat ook speciale scholen voor basisonderwijs een aandeel kunnen hebben in de overdrachtsverplichting.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch 01-08-2023 Historisch 09-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 14-07-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Het samenwerkingsverband draagt per leerling een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag over aan de speciale school voor basisonderwijs, welk bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs indien

    1. de speciale school voor basisonderwijs een leerling toelaat van een basisschool in het desbetreffende samenwerkingsverband,

    2. de speciale school geen deel uitmaakt van het desbetreffende samenwerkingsverband, en

    3. het samenwerkingsverband heeft bepaald dat de leerling op het onderwijs van een speciale school voor basisonderwijs is aangewezen.

  2. Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, en het vermenigvuldigingsbedrag van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, zijn de uitkomst van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie per leerling vermenigvuldigd met een bedrag. Bij de vaststelling van de bedragen wordt in ieder geval rekening gehouden met de ontwikkeling van de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd en de genormeerde gemiddelde personeelslast van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs. In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de vorige volzin, kan voor de verschillende schooljaren en afhankelijk van het moment van de toelating tot de speciale school voor basisonderwijs een verschillende hoeveelheid formatie worden vastgesteld.

  3. De in het eerste lid bedoelde overdracht vindt voor het eerst plaats voor het schooljaar volgend op het schooljaar van de toelating tot de speciale school voor basisonderwijs.

  4. De in het eerste lid bedoelde overdracht vindt niet plaats als de toelating plaatsvindt binnen 6 maanden voor of na een verhuizing van de ouders van een woning buiten het gebied van het samenwerkingsverband van de speciale school voor basisonderwijs naar een woning binnen dat gebied.

  5. De overdracht, bedoeld in het eerste lid, eindigt met ingang van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de leerling de speciale school voor basisonderwijs verlaat.

  6. Artikel 124, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de overdrachtsverplichting, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat ook speciale scholen voor basisonderwijs een aandeel kunnen hebben in de overdrachtsverplichting.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs