Wet basisregistratie personen Actueel

Inhoud

§ 1

De oude registers

Artikel 4.4

  1. Het college van burgemeester en wethouders is ten behoeve van de uitvoering van deze wet tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in het persoonsregister, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verwerking van persoonsgegevens. Daarbij kan worden bepaald dat het persoonsregister op een andere wijze dan in de vorm van persoonskaarten, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding, kan worden aangehouden en kan de vernietiging van de persoonskaarten worden geregeld.

  3. Uit het persoonsregister worden geen andere gegevens verstrekt dan:

    1. gegevens als bedoeld in artikel 2.7;

    2. gegevens uit vak 23 van de persoonskaart.

  4. Op de verstrekking, bedoeld in het derde lid, is hoofdstuk 3, met uitzondering van de artikelen 3.1 tot en met 3.3, van overeenkomstige toepassing.

  5. De artikelen 2.53, eerste lid, 2.55 en 2.57 tot en met 2.61 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.5

  1. Onze Minister is ten behoeve van de uitvoering van deze wet tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in het persoonskaartenarchief en het schakelregister, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding.

  2. Onze Minister kan de verantwoordelijkheid voor de verwerking, bedoeld in het eerste lid, overdragen aan het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. De overdracht geschiedt slechts na instemming van dat college.

  3. Ten aanzien van het persoonskaartenarchief is artikel 4.4, tweede tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

  4. Ten aanzien van het schakelregister is artikel 4.4, tweede, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.6

Onze Minister, of het in artikel 4.5, tweede lid, bedoelde college van burgemeester en wethouders, verstrekt op verzoek van het college dat een persoon inschrijft van wie in het persoonskaartenarchief een persoonskaart is opgenomen, de gegevens die zijn vermeld op de desbetreffende persoonskaart. Deze gegevens blijven berusten bij het college waaraan ze zijn verstrekt, waarbij artikel 4.4 van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 4.7

  1. Er is een centraal archief van overledenen, bestaande uit de persoonskaarten, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van het Besluit bevolkingsboekhouding.

  2. Onze Minister is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in het centraal archief van overledenen, bedoeld in het eerste lid. Hij treft een regeling ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Artikel 4.8

  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent heffingen in verband met de verstrekking van gegevens uit de hierna genoemde registraties, voor zover Onze Minister verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens in deze registraties:

    1. het persoonskaartenarchief;

    2. het schakelregister;

    3. het centraal archief van overledenen.

  2. Op grond van de in het eerste lid bedoelde regels kunnen uitsluitend heffingen ingesteld worden in verband met de verstrekking van gegevens aan derden, anders dan de verstrekking overeenkomstig artikel 3.3, en in verband met de verstrekking aan de betrokkene van hem betreffende gegevens.

← terug naar Wet basisregistratie personen